Nederlandse scholier te vaak ongemotiveerd

Nederlandse scholieren hangen te vaak ongemotiveerd in de schoolbanken. Het leer- en leesplezier in het basis- en voortgezet onderwijs is lager vergeleken met het buitenland, concludeert de onderwijsinspectie in het woensdag verschenen Onderwijsverslag 2012-2013.

“Onderwijsinspecteurs zien regelmatig lessen waar een groot deel van de leerlingen niet actief betrokken is”, aldus de Inspectie van het Onderwijs. In het voortgezet onderwijs gaat het om 21 procent van de lessen, in het basisonderwijs om negen procent. Leerlingen geven aan dat hun motivatie daalt als een activiteit niet voor een cijfer is.

“Zij ervaren het recht op onderwijs louter als een plicht”, schrijft hoofdinspecteur Annette Roeters in het verslag. “Gaan leerlingen graag naar school om elkaar te ontmoeten, beduidend minder enthousiast lijken ze voor veel lessen.”

Leerlingen weten soms niet waarom ze bepaalde taken moeten uitvoeren en vinden dat die taak niet op hen is afgestemd. Slechts veertig procent van de leerlingen in het voortgezet onderwijs is tevreden over de mate waarin leraren ze motiveren. Basisschoolleerlingen zijn moeilijk te porren voor het vak lezen. Op de middelbare school is het juist wiskunde waar ze niet in geïnteresseerd zijn. De inspectie bekijkt de komende maanden hoe de motivatie kan worden opgekrikt.

De inspectie constateert verder dat de onderwijskwaliteit op scholen is toegenomen door allerlei vernieuwingen, maar dat de klassen daar nog te weinig van merken. De school gaat wel vooruit, aldus de inspectie, maar de klas niet. Zo wordt de professionalisering van leraren nogal eens overgeslagen.

De invoering van het passend onderwijs op 1 augustus baart de inspectie zorgen. Scholen zijn vanaf dat moment verplicht een passende plek te bieden aan leerlingen met een handicap of gedragsproblemen. Maar de scholen zijn vooral bezig met het systeem. Ouders en leraren worden volgens de inspectie nog ‘te weinig betrokken’.

Naast alle punten van kritiek, benadrukt de inspectie dat ‘over het algemeen’ leerlingen tevreden zijn over het onderwijs in Nederland. Bovendien behalen zij door de bank genomen ‘goede resultaten’ en presteren de leerlingen internationaal gezien in de ‘subtop’.

Minister van Onderwijs Jet Bussemaker (PvdA) en staatssecretaris Sander Dekker (VVD) zijn ondanks de conclusies ‘positief’. “Onze leerlingen doen het vergeleken met veel andere landen nog steeds goed.” Toch is het onderwijs ‘nog niet uitgeleerd’, zeggen de bewindslieden over het vergroten van motivatie van de leerlingen.

Het onderwijs moet wat Dekker betreft worden ‘toegespitst op de individuele talenten van leerlingen’. Dat stimuleert in zijn ogen de motivatie. “Het onderwijssysteem moet zich aanpassen aan de leerlingen, niet andersom”, aldus Dekker.

Minister Bussemaker roept leraren op om hun leerlingen vaker naar een oordeel over de les te vragen. “Vraag leerlingen waardoor ze worden uitgedaagd”, aldus de minister. “Maar vraag het ook aan collega’s, laat ze eens bij een les zitten en hun mening geven.”