Kamer debatteert over situatie Kobani

De Tweede Kamer debatteert waarschijnlijk nog deze week over de situatie in het Syrische Kobani, dat al weken onder vuur ligt van de terreurorbeweging Islamitische Staat. Dat gebeurt op verzoek van Joël Voordewind (ChristenUnie). Verschillende partijen pleiten voor de instelling van een humanitaire corridor.

 Het kabinet stuurde dinsdag weliswaar een brief over de situatie, maar die kwalificeert Voordewind als onvoldoende. In het schrijven staat ‘geen enkele suggestie’ over wat Nederland nog meer kan doen, zoals bijvoorbeeld het creëren van een humanitaire corridor. “Het getuigt niet van een gevoel van urgentie van de mogelijke slachting die zou kunnen gebeuren.”

 Voordewind verwacht een ‘actievere houding’ van het kabinet. Het Kamerlid houdt de mogelijkheid om alsnog militair te kunnen ingrijpen open. Het kabinet gooit vooralsnog geen bommen op Syrië, om dat daarvoor een volkenrechtelijk mandaat onderbreekt.

 Han ten Broeke van regeringspartij VVD steunt het pleidooi van Voordewind voor een humanitaire corridor. “Daar kunnen we vanzelfsprekend over spreken.” De inzet van wapentuig gaat hem te ver. Voordewind gaat daarmee ‘verregaand op de stoel van de minister van Defensie zitten’, aldus de liberaal. “Dat is een vorm van artikel 100-hooliganisme.”

 Michiel Servaes van de andere coalitiepartij PvdA vraagt zich af of met bombardementen überhaupt iets kan worden bereikt. De Amerikanen doen momenteel weinig rond Kobani, zei hij. “Vanuit de lucht zijn de mogelijkheden beperkt.” De sociaaldemocraat wil wel kijken of de bevolking van Kobani op een andere manier kan worden geholpen. Maar het is ‘heel lastig’.

 “Het is vreselijk moeilijk om vanuit Den Haag in te schatten met welke interventie we het verschil kunnen maken”, zei Servaes. Het kabinet moet van hem actief op zoek naar de mogelijkheden om alsnog een volkenrechtelijk mandaat tot stand te brengen. Verder vindt ook Servaes dat er een humanitaire corridor moet komen.

 2014-10-07